Meisjes kunnen ook dokter worden!

Meisjes kunnen ook dokter worden!Selma en Thijs doen heel stil.
Hun moeder is ziek.
Ze ligt op bed.
Misschien slaapt ze wel.
‘Wat kunnen we voor mama doen?’ vraagt Thijs.
‘Heel stil zijn,’ zegt Selma.
Maar dat vindt Thijs niet genoeg.
Hij wil mama beter maken.
Ineens krijgt hij een idee.
‘Kom, ik weet iets,’ zegt hij tegen zijn zusje.
Hij staat op en loopt weg.
Selma loopt achter haar broertje aan.
Thijs gaat naar hun kamer.
Daar pakt hij een koffertje.
Dat is waar.
Ze hadden iets leuks van een tante gekregen.
Het is een wit koffertje waar dingen van een dokter in zitten.
‘Maar daar kunnen we mama toch niet beter mee maken?’ vraagt Selma.
‘Waarom niet? Een echte dokter kan het toch ook?’ vindt Thijs.
Selma weet het niet.
Je kunt je moeder toch niet beter maken met speelgoed?
Thijs kijkt in het koffertje.
Hij pakt een ding dat de dokter ook heeft.
Alleen is dit van plastic en het heeft vrolijke kleurtjes.
Het is een stethoscoop.
Er zitten twee knopjes aan die je in je oren kan stoppen.
Aan de andere kant zit iets ronds.
‘Als ik dat tegen mama leg, dan kan ik haar hart horen,’ zegt Thijs.
‘Nietes! Dat kan de dokter met een echte. Niet hiermee!’ roept Selma boos.
O, wat doet dat tweelingbroertje van haar soms raar!
Maar Thijs luistert niet.
Hij is verder aan het zoeken.
Nu pakt hij een injectiespuit.
Daar kun je iemand een prikje mee geven.
Niet echt natuurlijk.
Maar je kunt doen alsof.
En een thermometer.
Daarmee kun je kijken of iemand koorts heeft.
Als je koorts hebt, ben je ziek.
‘Kom, we gaan bij mama kijken,’ zegt Thijs.
‘Jij bent de zuster, en ik de dokter.’
‘Waarom ben ik geen dokter?’ wil Selma weten.
Wat denkt dat broertje van haar wel?
Hij is net zo oud als zij, hoor!
‘Jongens worden dokter, meisjes niet,’ vindt Thijs.
‘Wie zegt dat?’ roept Selma boos.
‘Niemand. Het is gewoon zo!’
‘Onzin. Ik ga het tegen mama zeggen!’ zegt Selma.
‘Mama moet rusten.’
‘Dan zeg ik het als ze wakker is!’
‘Wat is er aan de hand?’ horen ze roepen.
Mama is wakker.
Ze gaan meteen kijken.
Mama ligt haar neus te snuiten.
Selma en Thijs moeten even wachten totdat ze klaar is.
‘Mama, ik ga je beter maken!’ roept Thijs.
Hij legt het witte koffertje neer en klimt op bed.
Selma doet hetzelfde.
‘Mama, Thijs zegt dat meisjes geen dokter kunnen worden.’
‘Mama, Selma denkt dat meisjes dokter kunnen worden.’
En hun moeder? Die schudt haar hoofd.
‘Willen jullie me beter maken? Dat is erg lief.
En natuurlijk kunnen meisjes dokter worden.
Meisjes zijn erg slim, net als jongens.’
Thijs schudt zijn hoofd heen en weer.
Nee. Meisjes kunnen geen dokter worden.
Maar mama schudt haar hoofd op en neer.
Ja, meisjes kunnen ook dokter worden.
‘Doe niet zo raar, Thijs.
Jullie zijn in het ziekenhuis geboren.
En weet jij wie er hielp?
Een dokter. Dat was een vrouw, en ze heeft het heel goed gedaan.’
‘Ha, ha,’ lacht Selma.
‘Meisjes kunnen wel dokter worden.’
Mama moet weer niezen en haar neus snuiten.
Als ze klaar is, praat ze verder.
‘Meisjes kunnen alles worden wat jongens kunnen worden.’
Thijs weet niet wat hij zeggen moet.
Dus gaat hij mama maar onderzoeken.
Thijs luistert naar haar hart met de stethoscoop.
Hij doet alsof hij haar een prikje geeft met de spuit.
En hij kijkt of ze koorts heeft.
Selma zegt niets.
Haar broertje bedoelt het goed.
Maar hoe kan hij mama nu beter maken met speelgoed?
Toch luistert ze even naar mama’s hart.
Gelukkig.
Het klopt nog.
‘Allemaal heel lief van jullie.
Nu wil ik weer slapen.
Papa komt zo thuis.
Dag dokter Selma en dokter Thijs.’
De tweeling gaat aan de andere kant van het bed liggen.
Als papa thuiskomt, liggen ze alle drie te slapen.

Meer informatie

Meer verhaaltjes van Anne-Rose Hermer
Voorleesverhaaltjes voor peuters en kleuters
Het belang van voorlezen

Bronvermelding

Tekst: Anne-Rose Hermer
Illustratie: 123rf.com



BabyBaby

Geef een reactie