Emily en de draak

Emily en de draak‘Mama, Monika gaat in de vakantie naar Sprookjesland.
Mag ik mee?’ vraagt Emily.
Haar moeder moet er even over nadenken.
Sprookjesland is ver weg.
Er mogen alleen kinderen onder de twaalf jaar naar toe.
‘De grote broer van Monika gaat ook mee,’ zegt Emily snel.
Haar moeder zucht.
‘Vooruit dan maar.
Kijk wel heel goed uit.
In Sprookjesland lopen gevaarlijke types rond.
Als je rook ziet, moet je keihard wegrennen.
Dan is er een draak in de buurt!
Beloof je me dat je goed oppast?’
Emily belooft het.
Het is prachtig weer in Sprookjesland.
Emily, Monika en haar broer Sam vinden het hier reuze leuk.
Ze mogen een sprookjesfee een hand geven.
En Sam mag in een auto van ‘Cars’ rijden.
Hij vindt het geweldig!
Ineens ziet Emily rook.
‘We moeten wegrennen. Daar komt een draak!’ roept Monika.
Sam zit nog in een auto van ‘Cars’.
‘Kom gauw in de auto, dan rijden we weg!’ roept hij.
Monika rent naar de auto, maar Emily niet.
Ze wil met die draak praten.
‘Emily, kom snel!’ gilt Monika.
Maar Emily komt niet.
Sam wacht niet langer en rijdt weg.
Emily wacht rustig op de draak.
Iedereen om haar heen is weg.
Ze staat alleen in een park in Sprookjesland.
De draak komt met grote stappen dichterbij.
Als hij even stilstaat, gaat Emily naar hem toe.
‘Dag meneer Draak, hoe gaat het met u?’
De draak kijkt naar beneden.
‘Wat doe jij hier?’ wil de draak weten.
‘Ik ben Emily en ik wil u graag iets vragen.
Waarom zijn draken altijd zo boos?’
De draak kijkt Emily verbaasd aan.
‘Dat weet ik niet,’ zucht hij.
‘Maar draken spuwen toch vuur als ze boos zijn?’ vraagt Emily.
De draak schudt met zijn kop van nee.
‘Ik maak vuur als ik vrolijk ben. Of juist verdrietig,’ bekent de draak.
Emily ziet de draak helemaal niet lachen.
‘Waarom bent u dan verdrietig?’
De draak bukt naar Emily.
Zijn kop is nu heel dicht bij haar hoofd.
‘Ik heb helemaal geen vriendjes,’ zegt hij.
‘Dat vind ik zo jammer.
De andere bewoners van Sprookjesland zijn bang voor me.
Ik weet gewoon niet hoe je vriendjes maakt.’
Emily denkt even na.
‘U kunt misschien iemand helpen. Dat zit altijd goed.
U bent groot en sterk.
Vanavond is een feest in het bos.
Dat heeft een sprookjesfee me verteld.
Zal ik aan haar gaan vragen of u iets voor haar kunt doen?’
De draak is stomverbaasd.
‘Graag. Maar waarom ben jij niet bang voor me?’
‘Ik? Ik ben veel te groot om bang te zijn voor een draak,’ lacht Emily stoer.
De sprookjesfee schikt eerst.
Een draak die wil helpen? Waarom?
Maar als Emily alles uitlegt, dan begrijpt de fee het.
‘Er komen erg veel gasten.
Daarom wil ik een paar kippen en kalkoenen roosteren, dus ik heb een groot vuur nodig.
Dat is voor mij heel moeilijk, maar een draak heeft dat snel gedaan.
Zou hij dat voor me kunnen doen?’
Emily rent meteen terug naar de draak, die nog steeds staat te wachten.
‘Een vuur maken? Natuurlijk,’ zegt de draak.
‘Hoe laat moet ik er zijn?’
‘Dan moet ik weer terug om het te vragen.
Kunt u me misschien brengen?’ vraagt Emily.
Ze klimt op de staart van de draak en houdt zich stevig vast.
Twee minuten later zijn ze bij de fee.
‘Waar moet het vuur komen?’ vraagt de draak.
De fee wijst het aan.
‘Een groot of een klein vuur?’
De fee weet niet wat de draak een groot vuur noemt.
‘Begin maar klein,’ zegt de fee.
‘Iedereen uit de weg!’ waarschuwt de draak. ‘Daar komt-ie!’
‘Pffffffffff!’
Een hele diepe zucht en daarna is er vuur.
‘Fantastisch!’ roept de fee.
‘O, draak. Je bent geweldig. Je komt toch ook op mijn feest?’
De draak kijkt naar Emily.
‘Kom jij ook?’
Nee, want Emily moet naar huis,
Samen met Monika en Sam.
Die vinden het geweldig wat ze gedaan heeft.
Als ze thuiskomen, vertelt Emily alles aan haar ouders.
Maar die geloven haar niet.
Ouders begrijpen niets van Sprookjesland.
En de draak? Die kreeg eindelijk vriendjes!

Meer informatie

Meer verhaaltjes van Anne-Rose Hermer
Voorleesverhaaltjes voor peuters en kleuters
Het belang van voorlezen

Bronvermelding

Illustratie en tekst: Anne-Rose Hermer



BabyBaby

Geef een reactie