Vermaakspelletjes voor buiten

buitenspelen - vermaak

Knikkeren

Een knikker is een balletje van glas, marmer, steen, hout of klei. Meestal worden door kinderen de glazen knikkers gebruikt. Er zijn heel veel manieren van knikkeren, je kunt dus ook best je eigen spelletje verzinnen.

Knikkernamen zijn:

ééntje, bam, bonk, kristal, kanarie, lodder, mini, piraat, spikkel, stuiter, vlinder, water, bakker, pottenbakker, meteoor, keizer, reuze bikkel.

Verstoppertje

Bij verstoppertje moet de zoeker tot 10 (of een ander afgesproken getal) tellen, terwijl de andere kinderen zich gaan verstoppen. Na het tellen roept de zoeker heel hard: Ik kom! En probeert vervolgens iedereen te vinden die zich heeft verstopt. Als iedereen is gevonden, is het spel klaar.

Picknicken

Geen spelletje, maar gewoon een leuk idee voor een mooie zonnige dag. Een gezellige picknick in de natuur. Eventueel kun je een bal meenemen om ter plekke wat spelletjes te spelen. Tip: Als het weer geen buiten picknick toelaat, kun je er natuurlijk altijd voor kiezen om binnen te picknicken! Ook heel gezellig!

Zaklopen

De kinderen moeten een bepaald parcours afleggen, waarbij hun benen in een zak zijn gestoken. Wie het eerst aankomt, heeft gewonnen.

Wie wat waar

Verzamel van tevoren uit de tuin, bos of straat allerlei voorwerpen zoals, takjes, bladeren, eikels, kastanjes, besjes, beukennootjes, etc. Leg alle voorwerpen op de tafel. Alle kinderen zitten rond de tafel en mogen een tijdje naar de voorwerpen kijken. Je kunt alle voorwerpen even optillen en duidelijk vertellen wat het is en waar het eventueel voor dient in de natuur (op die manier is het spel ook leerzaam). Daarna leg je er een doek overheen en mogen de kinderen om de beurt raden wat er allemaal onder de doek ligt. Degene die de meeste voorwerpen kan opnoemen, heeft gewonnen.

Touwtje springen

Iedereen weet wat touwtjespringen is, waarschijnlijk hebben we het ook allemaal wel eens gedaan. Je kunt het alleen doen, maar je kunt het ook met meerdere kinderen tegelijk doen. Alleen touwtje springen doe je met een touw van ongeveer 2 meter lang. Een luxe springtouw heeft handvatten van hout of plastic waarin het touw kan ronddraaien. In beide handen, houd je een handvat vast en draait deze rond. Zodra het touw de grond raakt, moet je ophoog springen, zodat het touw kan doordraaien. Je kunt met twee voeten tegelijk springen maar ook kun je met één voet tegelijk springen (lopend springen). Met meerdere kinderen heb je een langer springtouw nodig. Een touw van ongeveer 5 tot 10 meter lengte. Twee kinderen draaien het touw rond en de derde springt erin. Het is ook mogelijk dit met twee kinderen te doen, één uiteinde van het touw wordt dan om een boom of paal gebonden. Met meer kinderen, springen de kinderen één voor één het draaiende touw binnen. Er zijn verschillende liedjes die dan kunnen worden gezongen.

Variant

Eén van de twee draait het springtouw, de ander springt. Eerst zing je van A tot Z en spring je net zo lang tot je mis springt en af bent. Is dat bij de L? Dan verzint de draaier een naam et een L. Dat is de naam van je toekomstige lover! Daarna zing je: verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden. Dit herhaal je net zo lang totdat je af bent. Is dat bij verliefd? Dan word je verliefd op de lover met een L. Daarna zing je: edelman, bedelman, dokter, pastoor, koning, keizer, schutter, majoor. Tot je weer af bent. Dit wordt dan het beroep van je lover. Dan is je toekomstige huis aan de beurt en zing je, villa, landhuis, boomhut, garage. Ook weer net zo lang totdat je mis springt. Tot slot zing je: hoeveel kinderen heb je gekregen? Terwijl je springt, tel je vanaf 1 totdat je af bent.

Stop! Het is rood!

Laat de kinderen allemaal op een rij staan. Eén van de kinderen wordt de politieman en gaat een stukje verderop, voor ze staan, met zijn rug naar de andere kinderen. Als hij roept ‘groen licht’, mogen alle kinderen naar hem toe lopen. Roept hij echter ‘rood licht’, dan draait hij zich heel snel om en moet iedereen stil staan. Degene die beweegt wordt uit het spel gezet. Het spel wordt herhaald totdat het eerste kind de politieman kan aantikken. Dit kind wordt de nieuwe politieman.

Stoepdarten

Ieder neemt zijn eigen kleur steentjes. Teken een dartbord van drie cirkels op de stoep. De binnenste cirkel is 100 punten, de middelste 25 en de buitenste cirkel is 10 punten. Ga op ongeveer 2 meter van de cirkels staan en gooi nu één voor één de steentjes in de cirkels. Je krijgt alleen maar punten als de steentjes in de cirkels blijven liggen, niets als het steentje in de cirkels ketst en er dan weer uit springt. Na tien beurten worden alle punten opgeteld en degene met de meeste punten heeft gewonnen.

Steppen

Een step is voor je peuter een leuk begin, voordat hij kan fietsen. Hij zal het vast snel onder de knie hebben. Als dat eenmaal is gebeurd, zal hij er nog een hoop plezier aan beleven.

Snoephappen

Neem een grote wasteil (of kinderbadje) en vul deze met water. Gooi in het water een hand verpakte snoepjes. Dan mag ieder kind, met zijn handen op de rug, met zijn mond proberen een snoepje uit het water te halen. Het snoepje mogen ze dan natuurlijk opeten.

Scheppen

Maak van de kinderen twee teams en geef aan beide teams een emmer en aan ieder kind afzonderlijk een schep. Bedoeling is de emmer met zand vol te scheppen. Winnaar is het team dat als eerste zijn emmer heeft vol geschept met zand.

Rolschaatsen

Een rolschaats is een schoen met wielen waarmee je vooruit kan komen door het maken van schaatsbewegingen. Er zijn twee soorten rolschaatsen. De gewone rolschaats met twee wielen voor en twee wielen achter. En de skeeler (5 wielen) en inline-skate (4 wielen) waarbij meerdere wielen achter elkaar staan. Dat heeft het voordeel dat de voet ook schuin kan worden gehouden om af te zetten.

Levende postzak

Verdeel de kinderen in twee teams. Aan beide kanten van het terrein staat een team. In het midden ligt één kind, de postzak. Op een teken, mogen beide teams proberen de postzak naar hun helft te sleuren. (Pas er voor op dat “de postzak” geen pijn heeft).

Landje veroveren

Er wordt een cirkel op de grond getekend. Vanuit het middelpunt worden lijnen getrokken, zodat de cirkel verdeeld wordt in evenveel stukken als er landen zijn. In het midden wordt er een kleinere cirkel getrokken: Niemandsland. Elke deelnemer kiest welk land hij wil zijn en zet de naam in zijn stuk land. Om de beurt wordt er gezegd wie er land mag veroveren. Diegene die aan de beurt is, rent drie rondjes door alle landen heen en roept dan: “Stop.” De andere landen zijn tijdens het rondrennen ‘gevlucht’ uit hun eigen land en stoppen op het moment dat er stop geroepen wordt. Vanuit het land van de veroveraar mag de veroveraar proberen om de vluchters aan te raken. Wij deden dat altijd liggend op de grond, met één voet nog in ons eigen land. Ook mag dit vanuit het niemandsland. Kun je een vluchter aan tikken vanuit je eigen land, dan zet je een cirkel om de voeten van de vluchter heen. Hierin zet je de naam van je eigen land. De vluchter gaat weer in zijn eigen land in de cirkel staan. Vervolgens geeft de veroveraar het commando lopen, totdat de volgende vluchter in de buurt komt om te tikken. De vluchters kunnen ook proberen met een grote sprong in hun eigen land terecht te komen, zonder dat de veroveraar hen kan aantikken. Als iedereen weer in zijn eigen land is, begint het spel weer van voren af aan met een andere veroveraar. Als vluchter kun je na een tijdje proberen om via de veroverde landjes weer in je eigen land te komen, zonder getikt te worden.

Landje pik

Teken met krijt 15 vlakken op de straat. Eén vlak heeft maximaal de grootte van een stoeptegel. Elk vlak stelt een land voor. Schrijf in ieder land een nummer van 1 tot 6, sommige nummers worden dus dubbel gebruikt. Het eerste kind gooit met de dobbelsteen. Hij gooit (bijvoorbeeld) een drie. Hij mag alle landen met een drie inkleuren. Als hij er eentje vergeet, dan moet hij eerst weer een drie gooien voordat hij ook dit land mag inkleuren. Iedereen gooit om beurten met de dobbelsteen. Als alle vlakken zijn ingekleurd is het spel afgelopen. Degene met de meeste vlakken heeft gewonnen.

Koekhappen

Hang een koord of waslijn op (horizontaal). Hang dan, aan touwtjes met verschillende lengte, stukjes ontbijtkoek (of spekkies). Verdeel de kinderen in twee teams. Het ene team krijgt een blinddoek voor en moet proberen een hap te nemen, het andere team geeft de aanwijzingen. Daarna wisselt het team, zodat iedereen aan de beurt komt.

In het bos

Loop een stukje door het bos en wijs het kind (of kinderen) op alles wat te zien is. Hij kan, al lopend door het bos, een mooie collage maken door van alles uit de natuur op te plakken op het stuk karton. Mooie bladeren, takjes, eikels, zand etc.

Hutten bouwen

Kinderen vinden het prachtig om hutten te maken van takken en daarin te spelen. Bij het bouwen van de hut is hulp van een volwassene noodzakelijk.

Hoepelen

Lekker ouderwets hoepelen! Best moeilijk om het goed onder de knie te krijgen, maar je kunt natuurlijk ook andere leuke dingen doen met een hoepel (gebruik hem eens als onderdeel van een estafette).

Hinkelen

Vanaf zo’n jaar of vier is een kind in staat te hinkelen. Een hinkelbaan is dan vreselijk leuk. Teken op de straat vakjes van 1 t/m 10. Je moet eerst een steentje in vakje 1 gooien. Dan moet je de hinkelbaan gaan afleggen, maar je mag niet op vakje één gaan staan. Daar moet je overheen springen. Vervolgens krijg je vakje twee, etc… Als het steentje niet in het juiste vakje wordt gegooid, ben je af. Ook als je tijdens het hinkelen buiten het vakje komt, ben je ook af.

Graven

Verstop een paar snoepjes (in papier of plastic zakje) onder het zand. Graven maar!!!

Fietsen

Met een fiets kan je peuter zich natuurlijk uren buiten vermaken, maar… hij moet het natuurlijk wel eerst leren. Trek er daarom even tijd voor uit, het zal je (en je peuter) uiteindelijk heel veel opleveren. Fietsen kun je nooit te vroeg leren.

Bellenblazen

Geef je kindje een potje bellenblaas en laat hem mooie bellen blazen. Bellen blijven ze leuk vinden, op heel veel leeftijden. Je kunt natuurlijk ook zelf de bellen blazen en je peuter de bellen laten pakken.

Bekijk alle buitenspelletjes

 Buitenspelen - ballonspelletjes
Ballonspelletjes
 Buitenspelen - Balspelletjes
Balspelletjes
Buitenspelen - Zingen en bewegen
Zing en beweeg
Buitenspelen - Estafettespelletjes
Estafette
Buitenspelen - Gooispelletjes
Gooispelletjes
buitenspelen - speurtocht
Speurspelletjes
buitenspelen - tikkertje
Tikkertje
buitenspelen - vermaak
Vermaakspelletjes
buitenspelen - waterspelletjes
Waterspelletjes

Meer informatie

Buitenspelen is gezond
Ballonspelletjes voor buiten
Balspelletjes voor buiten
Zing- en bewegingsspelletjes voor buiten
Estafette spelletjes voor buiten
Gooispelletjes voor buiten
Speurspelletjes voor buiten
Tikspelletjes voor buiten
Vermaakspelletjes voor buiten
Waterspelletjes voor buiten

Bronvermelding

Tekst: Marion Middendorp
www.spelenboek.nl
Leuke spelletjes voor peuters en kleuters – ISBN 9789043800761
Originele Spelletjes en ideeeën voor geslaagde kinderfeestjes – ISBN 9789024383948
200 Spelletjes voor binnen & buiten – ISBN 9789043802475
Foto: 123rf.com

Related Post

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *