Tips voor een lange autorit

Tips voor een lange autoritHeb je een lange autorit in het vooruitzicht? Nog geen idee hoe je peuter of kleuter deze rit zal ervaren? Wij hebben het een klein beetje makkelijker voor je gemaakt. Een verzameling van tips om een lange autorit met één of meerdere kinderen, te overleven. Draai dit document uit, want deze tips kunnen van levensbelang zijn onderweg! Of je moet een gillend kind op de achterbank een aangenaam achtergrondmuziekje vinden. In dat geval kun je maar beter verder surfen.

Heb je zelf nog een goede tip, die hier nog niet bij staat? Laat het ons snel weten! Want misschien is jouw tip, wel de gouden tip voor een ander! Mail je tip of autospelletje naar: info@zomerperiode.nl.

  • Zorg voor een goede voorbereiding en stippel van te voren al een goede route uit.
  • Rust goed uit voordat je aan de reis begint. Het autorijden is al vermoeiend genoeg en hoe uitgeruster je bent, hoe beter je tegen alles bent opgewassen.
  • Stop regelmatig om even je benen te strekken en doe dit op een plek waar je kindje ook even lekker kan rennen.
  • Laat je kindje altijd in zijn autozitje zitten en kom niet in de verleiding om hem op schoot te nemen.
  • Stel het snoepen zo lang mogelijk uit. Van veel snoepen zal je kindje snel misselijk worden. Maak liever van te voren wat fruit of rauwkost klaar.
  • Zorg voor een goede temperatuur in de auto en laat je kindje nooit in de brandende zon zitten. Geef je kindje bij warm weer voldoende te drinken. Dek eventueel zijn ramen af met zonneschermen of doeken.
  • Een nat washandje kan voor een lekkere verfrissing zorgen.
  • Speel het spelletje: Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur is…
  • Zet een leuke liedjes CD op en zing gezellig mee. Het is aan te raden de CD al een aantal keren te draaien voordat je op reis gaat, zodat de liedjes al een beetje bekend zijn.
  • Laat je kindje zijn ogen dichtdoen en schrijf met je vinger een letter op zijn hand. Hij moet raden welke letter je hebt geschreven. Als letters nog te moeilijk zijn, kun je het natuurlijk ook met vormen doen (vierkant, driehoek, cirkel, etc).
  • Iedereen doet zijn ogen dicht (uiteraard behalve de bestuurder) en raadt welke kant de auto oprijdt. Links! Rechts! Degene die het fout roept, die is af.
  • Neem een leuk voorleesboek mee en lees een paar leuke verhaaltjes voor.
  • Als je kindje een plankje voor zich heeft, kun je natuurlijk papier en een paar potloden meenemen, zodat hij een tekening kan maken. Een kleurboek is natuurlijk ook een leuk idee.
  • Maak leuke woordjes van de lettercombinaties van de nummerplaten op auto’s die je tegenkomt. Elke letter is dan de eerste letter van een woord.
  • Met plastic plakplaatjes, kan je kindje het raam mooi versieren. Het is weer makkelijk te verwijderen zodat hij weer opnieuw kan beginnen.
  • Begin een verhaaltje te vertellen en laat je kindje het verhaaltje afmaken.
  • Speel het spelletje: Wie ziet de eerste…? (Rode auto, vrachtwagen, zwarte auto, vrouwelijke chauffeur, bus, etc). Maak van te voren alvast een lijst met onderwerpen. Je kunt er natuurlijk ook kleine briefjes van maken en deze uitdelen. Heb je het juiste onderwerp gezien? Mag je een nieuw briefje pakken. Degene met de meeste briefjes heeft gewonnen.
  • Maak van te voren een soort bingobriefjes met een paar onderwerpen erop, bijvoorbeeld: zwarte auto, politieauto, vrachtwagen, molen, etc. Als je een voorwerp ziet wat op je briefje staat, mag je hem wegstrepen. Degene die als eerste zijn briefje vol heeft, heeft gewonnen. Je kunt natuurlijk ook varií«ren door meer exemplaren te moeten zien, van een bepaald onderwerp. Dus bijvoorbeeld: 3 belgische nummerplaten, 5 rode auto’s, 4 witte vrachtwagens, etc… Voor de kleinere kindjes die nog niet kunnen lezen, kun je natuurlijk ook met plaatjes werken.
  • Speel het spelletjes woordslang: de één noemt een woord, de volgende moet met een woord komen dat begint met de laatste letter van het vorige woord. Je kunt het moeilijker maken door voor een bepaalde categorie te kiezen (dierennamen, steden, landen, etc).
  • Tel bepaalde dingen die je tegenkomt, bijvoorbeeld: rode auto’s, molens, vrachtwagens, koeien, etc.
  • Neem een persoon, voorwerp of dier in gedachte en laat je kind door middel van vragen raden wat je in gedachte hebt. Je mag alleen antwoorden met ‘ja’ of \’nee’. Als hij het heeft geraden, dan mag hij een persoon, voorwerp of dier in gedachte nemen.
  • Neurie een liedje en laat de ander raden welk liedje dit is. Als iemand het raadt, mag diegene een liedje uitkiezen.
  • Speel het spelletje: Ik ga op vakantie en neem mee: een…, ik ga op vakantie en neem mee: een… en een … Degene die als eerste een fout maakt, is af.
  • Speel het spelletje: Geen ja en geen nee. Wie het langste volhoudt geen ja of nee te zeggen, heeft gewonnen.
  • Een uiterst rustig spelletje: Wie kan het langste zijn mond dichthouden?
  • Zeg een willekeurig woord en de ander moet daar een (bestaand) woord op rijmen. Degene die uiteindelijk geen woord meer weet, is af. Voor de allerkleinste hoeft het niet persé een bestaand woord te zijn, het is al heel goed als hij weet hoe hij moet rijmen.
  • Een walkman met leuke kinderliedjes of een luisterverhaal. Zeker handig als er meerdere kinderen in de auto zitten of wanneer je zelf al die kinderliedjes een beetje zat begint te worden.
  • Geen zin om tijdens het autorijden zelf voor te lezen? Neem van te voren alvast een verhaal op wat je voorleest. Zo hoort je kind tóch je stem en jij kunt je gewoon op de weg concenteren.
  • Je kunt van te voren natuurlijk ook alvast wat kinderliedjes zingen en opnemen…
    Geef baby’s (vanaf 1 jaar) ‘fingerfood’, kleine, lekkere eetbare spullen om mee te kliederen. Denk hierbij aan popcorn, soepstengels, peuterchips, etc.
  • Vergeet zijn favoriete knuffel niet!
  • Lievelings speelgoed is natuurlijk altijd prettig om bij de hand te hebben. Houdt er wel rekening mee dat hij ermee kan gooien, dus liever geen harde materialen.
  • Er zijn (goedgekeurde) plankjes in de handel voor over het autostoeltje. Hierdoor heb je meer mogelijkheden om je kindje te laten spelen (puzzelen, lego, tekenen, etc)
  • Als je kindje al wat ouder is kun je hem een dagboekje geven met stiften, tijdschriften en folders van jullie vakantiebestemming. Hij kan dan een vakantiedagboek maken met plaatjes en tekeningen erin. Onderweg en in de loop van de vakantie kun je vervolgens allemaal spulletjes verzamelen die er vervolgens in geplakt kunnen worden (suikerzakjes, folders van wegrestaurants, bonnetjes, servetten, et cetera).
  • Pak van te voren een paar kleine kadootjes in die je om het uur aan hem kan geven. Denk hierbij aan: handpopjes, (raam)stickers, potloden, kleurboek, bellenblaas etc.
  • Een eigen stuurtje, zodat hij kan ‘mee rijden’ is een gegarandeerd succes.
  • Om het speelgoed bij de hand te hebben, kun je zakken maken met allemaal vakjes waar je zijn spullen in kunt opbergen. Dergelijke zakken zijn wellicht ook te koop.
  • Met afwasbare stiften (stiften voor Whiteboards) kan je kindje gewoon op de ramen tekenen. Met een nat doekje kunnen ze het zelf uitvegen en weer opnieuw beginnen.
  • Laat je kindje zijn oogjes dichtdoen. Geef hem iets in zijn hand en laat hem raden wat het is (uiteraard zonder dat hij kijkt).
  • Vanaf vijf jaar staat een gameboy garant voor urenlang speelplezier.
  • Even een financiële investering: een draagbare DVD-speler met zijn favoriete film! Je hebt voorlopig geen kind aan hem…
  • Twee kinderen op de achterbank? Zet een klein kratje met deksel tussen de kinderen op de achterbank. Zo hebben ze een armleuning én opbergruimte voor hun spulletjes. Daarbij geeft deze afzetting gelijk minder gelegenheid tot ruzie omdat ieder nu zijn eigen plekje heeft.
  • Laat je peuter aan zijn favoriete knuffel vertellen wat er allemaal buiten te zien is.
  • Vergeet ook de terugreis niet! Bewaar wat nieuwe zoethoudertjes voor de terugreis.
  • Is je kindje nog een baby? Dan kan een knisperboekje, rammelaar, bijtring of sokje met een belletje eraan al heel leuk zijn.
  • Noem een dier en je kindje moet het geluid erbij maken. Wat doet een koe? Wat doet een schaap? Draai de rollen ook eens om.
  • Koop van te voren een stickerboek en laat hem lekker stickers plakken.
  • Een toverlei is voor meerdere leeftijden een groot vermaak.
  • Zing eens een kinderliedje expres fout en laat je kindje de fout ontdekken. Zing het vervolgens samen goed.
    Speel het spelletje ‘koe-paard-hond’. Als je een koe of paard tegenkomt, moet je je mond dichthouden totdat je een hond tegenkomt.
  • Neem een paar poppenkastpoppen mee en voer een stukje op vanaf de voorstoel voor het publiek op de achterbank.
  • Maak een speciaal koffertje voor je kindje, waarbij je de inhoud aanpast aan zijn leeftijd en interesse. Er zijn van die plastic akte-koffertjes te koop, met dit koffertje hebben ze gelijk een harde ondergrond op schoot. Dingen die je erin kunt stoppen zijn bijvoorbeeld: tekenblok, stiften, kleurpotloden, casettebandje met muziek of luisterverhaal voor in de walkman, nieuwe autootjes, lievelingssnoepjes, Donald Duck, Sesamstraat, kleurboek, Teletubbies, etc. Voor de terugweg vul je het koffertje weer opnieuw.
  • Als je kindje al iets ouder is kan hij met wat fruit (van te voren klaar gemaakt) en een saté-stokje een lekkere fruitstick maken. En daarna natuurlijk lekker opeten!
  • Laat je kindje ook eens (uiteraad in zijn autostoeltje) voorin zitten! Let er wel op dat er op zijn plaats géén airbag zit.
  • Laat je kindje woorden bij letters verzinnen. Dus bijvoorbeeld de A is van aap, de B is van brood, etc.
  • Speel het spel: Kleur bekennen. Iedere speler noemt een kleur. Het gaat erom wie het eerst tien dingen in die kleur heeft gezien. Het kan alles zijn.Auto’s, verkeersborden, kleding van medeweggebruikers, gebouwen, et cetera.
  • Zorg ervoor dat het autostoeltje hoog genoeg is, zodat hij lekker naar buiten kan kijken.
  • Neem een bal mee voor onderweg. Als je een pauze houdt, kan je kindje even lekker achter de bal aan rennen.
  • Neem een (leeg) plastic tasje mee voor het afval onderweg.
  • Er zijn flessenwarmers die je op de sigarettenaansteker kunt aansluiten.
  • Bij tankstations of wegrestaurants kun je de baby verschonen.
  • Houd een plekje op de achterbank vrij (mits dit mogelijk is) om bij je kindje te kunnen zitten.
  • Neem mee: keukenrol, verfrissingsdoekjes, fles water, rijstwafels of biscuits.
  • ‘s Nachts rijden is minder warm, maar zorg er wel voor dat je zelf bent uitgerust.
  • Betrek een oudere kleuter bij de keuze en voorbereidingen van de vakantie.
  • Zorg ervoor dat zijn maagje een beetje gevuld blijft. Met een lege maag loopt hij ieder de kans misselijk te worden.
  • Parkeer je auto het liefst tijdens de pauzes in de schaduw.
  • Zet geen twee ramen tegen elkaar open.
  • Bij de ANWB kun je informatie krijgen over de rustplaatsen met speelgelegenheid. Zo kun je de reis in stukjes hakken en blijft het voor kinderen overzichtelijk. Bij de ANWB zijn er kinderkaarten te krijgen voor wat oudere kinderen. Zo kunnen zij zelf een route volgen. Natuurlijk kun je van te voren ook zelf een kaart maken met allerlei leuke plaatjes van bezienswaardigheden onder weg. Je kunt op deze kaart van te voren al de stopplaatsen aangeven.
    Maak een (broek)riem vast aan de deur of chauffeursstoel. Doe door alle gaatjes een touwtje en maak daar de favoriete speeltjes aan vast. Zo kunnen de knuffeltjes en/of andere speeltjes van de allerkleinsten niet vallen en hoef je niet al je spieren te verreken om iets van de vloer, (schuin) achter je te pakken.
  • Zonneschermen van favoriete vriendjes zijn erg populair bij kinderen. Ze zullen onderweg hele verhalen verzinnen met hun favoriete vriendje in de hoofdrol.
  • Koop een goedkope wegwerpcamera, zodat je kind op de tussenstops foto’s kan maken!
  • Maak met de Tiski, de rit wat inzichtelijker

Meer informatie

Meer leuke tips en ideeën vind je in ons Zomerblog
De reisapotheek – Wat neem je mee op vakantie?

Bronvermelding

Tekst: Marion Middendorp
Foto: 123rf.com

Related Post

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *